Blog 12: Kanaries èn Bassie èn Adriaan

oktober 27, 2019 9 Door Johan

We waren dus klaar voor de oversteek naar de Canarische Eilanden. We hadden uitgerekend dat we een goede vier dagen onderweg zouden zijn. Het is hemelsbreed 550 Nm (ongeveer 1000 km). Maar we hadden al gezien dat we iets om zouden moeten varen om voldoende wind te pakken. De grootste zorg die we hadden was eigenlijk: Dokkie. Tot nu toe heeft ze eigenlijk geen lange oversteken meegemaakt en kon ze meestal na uiterlijk één dag wel weer ergens op de kant d’r behoefte doen. Dit was vier dagen en we hebben onvoldoende geprobeerd om d’r aan dek te laten plassen.

Wat we nog wel bedacht hadden was dat een stukje kunstgras wel ‘ns zou kunnen helpen. De laatste weken zijn we dan ook steeds van die Chinese winkels (zie blog nr 7) te zoeken naar kunstgras, maar tevergeefs. Echter in Portimão zagen we bij een kraampje wat rommelige stukjes liggen. Er lag echt heel veel en we dachten: “daar kunnen ze best wel wat van missen” en “het is voor een goed doel”. Dus stiekem en onopvallend hebben we ’s nachts een stukje ‘mee genomen’. (zie foto’s)

Het was de avond voor ons vertrek dus we ‘dorsten’ het eigenlijk aan niemand te vertellen. De volgende ochtend nog even getankt en snel vertrokken richting de Kanaries. Het begon heerlijk halve wind (rond de 15-20 knp) met een lekker vaartje van 7-8 knp. We zagen nog een aantal andere boten vertrekken en die hebben we op de AIS in het begin nog gezien, maar op een gegeven moment waaiert dat een beetje uit en verdwijnen ze uit zicht Er zou in de loop van de middag een frontje overtrekken. Daar zat iets meer wind en regen in dan we hadden verwacht maar toen dat over was konden we lekker de eerste nacht in.

Eén van de meest gestelde vragen van niet zeilers (als je vertelt van je plannen) is; “Hoe doe je dat ’s nachts? Vaar je dan door? Ga je ankeren?” Nou, uiteraard varen we door. Ankeren is met een paar honderd tot een paar duizend meter diepte überhaupt geen optie en het zou bovendien zonde van de tijd zijn. Omdat we met z’n tweeën waren hebben we elkaar ’s nachts om de drie uur afgewisseld. (Dokkie slaapt tijdens de wachten gewoon door, dus die draait niet mee in de wachten) Slapen doen we in de decksaloon (met kleren aan) zodat je, als het nodig is direct bij kan springen. Er is overigens ’s nachts niet heel veel te doen. Af en toe zeilen trimmen en de koers wat bijstellen. Er zijn ook wel af en toe wat bootjes, maar vaak passeren die op ruime afstand. AIS is een enorme uitkomst voor dit soort situaties. Dit AIS bestaat nog niet zo heel lang, maar het is een systeem waarmee je als boot continue je gegevens (id, naam, etc) en positie en koers doorgeeft aan andere boten (gaat via de marifoon-frequenties). Voor de grote vrachtvaart is dit gelukkig verplicht, voor vissers- en zeilboten helaas nog niet. Maar juist voor die grote vrachtschepen betekent het dat jij hen al van zo’n 15 -20 Nm kan zien aankomen (en zij jou) en dat je kan anticiperen op een eventuele nadering. Indien nodig (paar keer gedaan) kun je ze oproepen en overleggen hoe je elkaar gaat passeren. Dat scheelt zowel bij licht als in het donker een hoop gedoe.

Enige nadeel is dat niet alle schepen een AIS uitzenden. Sommige zeilschepen hebben dat niet. Dat betekent dat je ’s nachts nog steeds goed naar lichten moet zoeken. Maar met name ook visserschepen hebben weinig tot geen AIS. Bovendien varen die niet een vaste koers, maar gaan echt alle kanten op. Het blijft dus zaak om ’s nachts uit te kijken. Voor de overtocht hadden Ilse en ik wat luisterboeken en podcasts gedownload dus we kwamen de tijd prima door.

Een aardige mazzel was dat we de eerste dag een volle maan hadden die ook nog eens opkwam op het moment dat de zon onderging en pas ’s ochtends (toen het al weer licht was) weer verdween. En van zo’n volle maan daar komt me toch een bak licht vanaf. Je kan gewoon echt alles zien. Verder was de zee redelijk vlak (weinig deining) en was het dus eigenlijk best wel een relaxte overtocht. De nachten erna kwam de maan steeds iets later op (en werd steeds iets kleiner) en op de laatste nacht waren de eerste uren dus in het pikkedonker. Het mooie is dan echter dat je zo waanzinnig veel sterren kan zien. Ook een prachtige melkweg band zie je dan lopen. Echt magisch.

Maar goed. Zoals gezegd, moesten we een beetje naar de Marokkaanse kust om rond het hoog te zeilen (zie kaartje). Ruwweg hebben we de eerst dag gezeild, tweede dag gemotord en de derde en vierde dag weer heerlijk gezeild (met redelijk constante wind en hoek).

Maar, zoals gezegd, we maakten ons het meeste zorgen over Dokkie. Na twee dagen haar proberen te laten plassen (met het stukje kunstgras) was er nog steeds niets uitgekomen. We hebben regelmatig een rondje met d’r gemaakt en d’r enorm lopen aan te moedigen. Ze wilde niets liever dan terug de kuip in. Gelukkig was uiteindelijk na nacht 3 (!) de nood zo hoog dat ze de boel echt niet langer op kon houden. Na eerst een keer over bak- en stuurboord overboord gekeken te hebben, kwam ze tot de conclusie dat er echt niets was en dat er niets anders op zat dan op het dek te poepen en te plassen. Wel net naast het door ons illegaal verkregen kunstgrasmatje, maar allee, we rekenen het goed. Enorme opluchting en niet alleen bij Dokkie.

Na nog een dag eigenlijk continue met dezelfde wind, snelheid en koers te hebben gevaren, werd het weer licht en zagen we eindelijk land: Alegranze een eilandje net ten noorden van Lanzarote. Op dat moment was het nog steeds een uur of 8 varen, maar we waren er bijna. In totaal vier dagen en 6 uur over gedaan en in plaats van de hemelsbrede afstand van 550 Nm hebben wij er 619 gezeild door de omweg. Overigens kregen we bij aankomst een boot door op de AIS waarmee we gelijktijdig waren vertrokken, maar die wel de kortste weg hadden gekozen. Zij hebben veel meer moeten motoren maar we kwamen dus wel min of meer gelijktijdig aan.

Om 4 uur ’s middags meerden we aan in Arrecife. Dokkie wist niet hoe snel ze op de kant moest komen en huppelde en rende de steiger op en neer. Alhoewel ze tijdens het varen niet de indruk gaf dat ze het vervelend vond, was ze toch wel heel erg uitgelaten dat we er waren. Vervolgens heeft ze de dag erna het uitgestelde poepen RUIMSCHOOTS ingehaald.

Ze heeft er uiteindelijk niets aan over gehouden, volgens de dierenarts kon het geen kwaad Maar een volgende keer zullen we dat iets beter voorbereiden. Voor Dokkie zal dat nog wel even duren want die gaat over een paar weken met het vliegtuig terug naar Nederland.

Goed: aangekomen op Lanzarote. Eerste nacht maar ‘ns even goed bijgeslapen. De volgende dag de boot maar weer op orde gebracht en schoongemaakt en zondag een autootje gehuurd om het eiland te verkennen en voor onze volgende missie: De schat van Bassie en Adriaan zoeken. Wat niet iedereen weet is dat er een aantal afleveringen van Bassie en Adriaan op Lanzarote zijn opgenomen. Wij hebben alle plekken waar zij geweest zijn ook bezocht (https://youtu.be/H2edlG2SCK8Bassie en Adriaan op Lanzarote) maar hebben de schat helaas niet gevonden. Wel een beetje een domper want hij moet echt nog ergens liggen….

Lanzarote is wel een typisch eiland. Het is allemaal vulkaan gesteente en je ziet er eigenlijk helemaal geen bomen of groen. Erg kaal en bruin. Het autoritje over het eiland was leuk en we zijn al met al een paar dagen gebleven.

Nu we op de Canarische Eilanden zijn, kunnen we ook beginnen aan de voorbereidingen van de oversteek naar Suriname. Dat is een tocht van zo’n drie weken en voor die overtocht komen drie vrienden aan boord omdat het met z’n tweeën toch wel een lang stuk is en voor de gezelligheid. Voordat we vertrekken, moeten we wel nog een paar dingen doen. De naden van de voorzeilen moeten opnieuw gestikt worden op wat plaatsen. Wil de overige lieren ook nog even goed nakijken en smeren, Generator even goed nalopen (doet het eigenlijk zonder problemen, maar toch) en we willen de service-accu’s vervangen. Tijdens de oversteek hebben we gezien dat de accu’s, zeker als we de lieren veel gebruiken, te vaak bijgevuld moeten worden. Dus inmiddels contact opgenomen met leverancier in Tenerife die nieuwe accu’s kan leveren. Ook zijn we aan het kijken naar het alsnog installeren van zonnepanelen om de accu’s meer constant bij te laden.

Voor al die klusjes proberen we wat tijd in te ruimen op Tenerife. We willen daar nu langzamerhand naar toe en hebben inmiddels Fuentaventura bereikt.

Dit was onze twaalfde blog.

Toen ik deze wilde gaan posten gebeurde het volgende. Tijdens onze zeildagen werd op de Marifoon al regelmatig opgeroepen (PAN PAN PAN) om uit te kijken naar (zeil)boten met soms 20 opvarenden, soms 30. Toen hadden we al het idee dat het over bootvluchtelingen ging. Gisteren lagen we in een de marina van Gran Tarajel en zagen we dat de reddingsboot uitvoer en op de kade verzamelden zich wel 8 politiebusjes, rode kruis, ambulance. Later kwam er ook nog een boot van de Gardia Civil. Niet veel later kwam de reddingsboot binnen met achter zich een rubber opblaasboot met motor. Even later zaten de ca. 20, 24 opvarenden met hun rug tegen de kademuur. Ze werden goed opgevangen voor zover ik kon zien door het rode kruis, kregen dekens. Het leek ook niet echt de eerste keer te zijn dat dit gebeurde. Even keek ik weer naar de kleine boot waar ze met z’n 24-en opgepropt in hebben moeten gezeten. De Afrikaanse kust is niet zover hiervandaan (zo’n 100 km) en er was nagenoeg geen wind. Maar levensgevaarlijk blijft het. En het kan omdat er iemand is die grof geld verdient aan zo’n risicovolle overtocht. Die het bootje en een motor regelt en dat blijft doen……

We hadden allebei geen idee hoe we hiermee om moeten gaan. 24 man op een rijtje die alles achter zich hebben gelaten en niets (meer) hebben. En wij 100 meter verder met eigenlijk alles wat we willen, het ontbreekt ons aan niets en als grootste zorg hoe en waar de wind morgen vandaan komt…… Werkelijk geen idee hoe hier mee om te gaan. We lezen er natuurlijk over en we weten ervan, maar zo dichtbij maakt het enorm veel indruk…..
Geen oplossing en geen idee, maar het blijft in en in triest.